Verlichtingsaudit

Op welke wijze wordt een verlichting studie opgemaakt.

Voor het opstellen van een verlichtingsaudit wordt er rekening gehouden met de verschillende aspecten

Voor het opstellen van een verlichtingsaudit wordt er rekening gehouden met de verschillende aspecten zoals, participeren met de klimaat doelstellingen, veiligheid en gezondheid op het werk, arbeidswetgeving, de landelijke en Europese wetgeving. In de volgende tekst lichten we een paar punten toe.

 

Algemene informatie.

Ledlampen (LED, “Light Emitting Diode”) zijn geen lampen, in de klassieke zin van het woord. Ze hebben geen glazen ballon en bevatten geen gloeidraad. Het licht ontstaat in een kristal, gemaakt uit een halfgeleider, dat oplicht als er stroom doorheen wordt gestuurd. Dit alles zit stevig ingepakt in een transparante behuizing van epoxyhars.

 

Kleurbepaling leds.

Led’s geven licht in één specifieke kleur (rood, groen, blauw) en er bestaan ook infrarode of UV led’s. Wit licht wordt bekomen door een fluorescerende laag te belichten met behulp van blauw of Uv-licht.

Inmiddels zijn er ook varianten die direct wit licht uitstralen, als gevolg van de samenstelling van het kristal (zoals RGB led’s). Ledverlichting geeft geen infrarode of ultraviolette straling af, met uitzondering van led’s waar het wit licht wordt verkregen met behulp van UV licht. Blauwe en koud witte ledlampen stralen relatief veel blauw licht uit, wat een gezondheidsrisico kan inhouden (“blauw lichtschade”).

 

Reglementering betreffende stralingsemissies

Lampen vallen onder de laagspanningsrichtlijn 2006/95/EG voor wat betreft de veiligheid en gezondheid. Deze richtlijn vereist dat de stralingsemissies van elektrische apparatuur geen risico inhouden voor de gezondheid, de veiligheid van de gebruiker, andere personen en geen elektromagnetische storingen veroorzaken.

Bron: FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie.

De Relighting producten van Luce 4 zijn UV neutraal en voldoen aan de eisen vooropgesteld door het FOD en de Europese Gemeenschap.

 

Voorzorgsmaatregelen.

De gevaren van optische straling zijn reëel aanwezig bij heel sterke lichtbronnen (flitslampen, lasers), in de industriële werkomgeving. Lampen voor huis-, tuinen bureauverlichting behoort meestal tot de risicogroep 0 (geen risico in normale omstandigheden). Sommige lampen behoren tot risicogroep 1-3 en kunnen wel een risico inhouden. Meestal gaat het over een risico op blauw lichtschade aan het netvlies.

 

Juiste keuze van materiaal = vermindering van ziekteverzuim.

Verkeerde installaties, onjuiste keuze van led strips of verkeerd gebruik, geeft een hogere blootstelling en kan een risico inhouden. Dit zal op termijn waarneembaar zijn in het ziekteverzuim.

 

NEN-EN 12464-1

Een onderbelichting van een werkplaats, productie of magazijn ruimte geeft reden tot ziekteverzuim van het personeel.

Het is noodzakelijk de NEN-EN 12464-1 toe te passen in de preventie voor het terugdringen, en verbetering van de arbeidsomstandigheden.

Toepassen van de norm is van vitaal belang voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers.

Deze EU norm specificeert verlichtingseisen voor werknemers die werkzaam zijn in binnenruimten. Hierbij is uitgegaan van mensen met een normaal gezichtsvermogen.

 

De norm legt eisen op voor de meeste werksituaties binnen en hun gerelateerde omgeving in termen van kwantiteit en kwaliteit van verlichting.

 

Verhoging van het ziekteverzuim.

Bij het uitvoeren lux metingen bij bedrijven, zie wij dat de NEN-EN 12464-1 norm voor werkplekverlichting meestal niet gehaald wordt. Waarden van minder dan 100 lux op plaatsen, waar de ogen inspannend werk verrichten zijn geen uitzondering. De gevolgen voor het zijn navenant. Eveneens moet er gemeld worden dat er een stijging merkbaar is van arbeidsongevallen.

Verliezen in continuïteit.

 

Het niet toepassen van de EU norm, heeft ook een weerslag op de continuïteit binnen de onderneming. Studies in de wereld, universiteiten, onderzoek centra's tonen aan dat de inpakt afhankelijk van de sector, kunnen oplopen tot 10 %, verlaagde activiteit van de werknemer.

Met welke factoren wordt nog rekening gehouden.

Buiten de genoemde punten, wordt in de studie het aantal lux berekend wat nodig is voor de juiste belichting in functie van de arbeid. In de volgende tekst wordt een korte toelichting gedaan.

 

Hoe wordt de NEN-EN 12464-1 toegepast?

De verlichting van taakgebieden Het taakgebied is het oppervlak waar de oogtaak wordt verricht, en kan zich op elke willekeurige positie en hoogte, in de ruimte bevinden. Ook kan de stand horizontaal, verticaal of alles ertussenin zijn. Niet altijd zal de plaats van de werkzaamheden nauwkeurig vastliggen. Ook kan het zijn dat de indeling van de ruimte nog niet bekend is. In zulke gevallen moet dat gedeelte van de ruimte waar de taak logischerwijze kan worden uitgevoerd als zodanig dienen te worden beschouwd. Rond het taakgebied geldt een directe omgeving waarvoor lagere verlichtingseisen gelden.

Naast de verlichtingseisen voor taakgebieden en directe omgeving, worden er ook minimumeisen gesteld aan het verlichtingsniveau in de rest van de ruimte. Dit gebied noemen we het achtergrondgebied

 

Verlichting van belangrijke ruimtevlakken.

Om er voor te zorgen dat wanden en plafonds voldoende helderheid krijgen ten opzichte van de taakgebieden en de directe omgeving, worden er aanbevelingen gedaan ten aanzien van de reflecties van deze vlakken en worden minimale eisen gesteld aan de verlichtingsniveaus op deze vlakken.

Verlichting van de binnenruimte, aanvullend op de taakverlichting is het belangrijk om de gehele ruimte, waarin mensen zich bevinden, goed te verlichten. Doel hiervan is om objecten te benadrukken, texturen naar voren te brengen en een goede visuele communicatie tussen mensen mogelijk te maken. Dit wordt vooral bereikt door te zorgen voor een goede verticale en cilindrische verlichtingssterkte in de ruimte.

 

Voor welke taakgebieden geldt de norm?

Met de norm NEN-EN 12464-1 worden verlichtingseisen gesteld aan een grote verscheidenheid aan werkzaamheden en aan de ruimten waarin deze worden uitgeoefend, variërend van operatiekamers tot staalwalserijen. Ook algemene en verkeersruimten zijn hierin meegenomen.

In die gevallen dat voor een bepaalde taak of ruimte geen specifieke verlichtingseisen worden genoemd, leiden wij deze af van de taken die wel vermeld staan.

 

Algemene bepalingen

De werkplaatsen moeten steeds behoorlijk verlicht zijn, tenzij het werk in het duister of met een aangepaste verlichting dient te geschieden. Gedurende de dag moet er op de arbeidsplaats voldoende daglicht binnenkomen. Is dit niet mogelijk als gevolg van de bouw van de plaatsen of als gevolg van technische behoeften, dan mogen de werkplaatsen met kunstmatige verlichting worden verlicht. De werkgever bepaalt, op grond van de resultaten, een risicoanalyse, aan welke voorwaarden de verlichting van de arbeidsplaatsen moet beantwoorden, teneinde ongevallen door de aanwezigheid van voorwerpen of hindernissen en vermoeidheid van de ogen te voorkomen.

 

Federale Overheidsdienst België.

Toelichting reglementering.

Minimumeisen voor een goede verlichting

De werkgever die de vereisten van de norm NBN EN 12464-1 (verlichting van de werkplekken binnen) en de norm NBN EN 12464-2 (verlichting van de werkplekken buiten) toepast bij het bepalen van de voorwaarden betreffende verlichting, wordt vermoed te hebben gehandeld in overeenstemming met de wetgeving.

Wanneer de werkgever deze normen niet wenst toe te passen, moet de verlichting tenminste beantwoorden aan volgende voorwaarden:

 

1.De verlichtingssterkte op de werkposten

De gemiddelde verlichtingssterkte op het werkvlak wordt gemeten op 0,85 m hoogte van de grond en is ten minste:

• 200 lux voor refter, kleedkamer, wasplaats, landbouwactiviteiten, brouwerij, ruw assembleerwerk;

• 300 lux voor bakkerij, machinewerk, middelmatig precies assembleerwerk, fruit sorteren, wasserij, lassen, garage, receptie, kopieerwerk, kinderopvang, klaslokaal, auditorium, sporthal;

• 500 lux voor EHBO-lokaal, laboratoria, controleruimten, precisie machinewerk, fijn assembleerwerk, autoassemblage, keuken, slachthuis, productcontrole, kapsalon, schoenmakerij, boekbinderij, drukkerij, spinnerij, weverij, houtbewerking, bureauwerk, vergaderzaal;

• 750 lux voor glasbewerking, materiaalinspectie, precisie assemblage, naaiwerk, verfspuiten, technisch tekenen;

1000 lux voor precisiewerk, kleurinspectie, juweelproductie, medisch onderzoekslokaal;

 

2. De verlichtingssterkte op plaatsen, die enkel dienen voor verplaatsing.

De verlichtingssterkte wordt gemeten op de vloer en is ten minste:

• 5 lux voor kolenopslag, houtopslag, stapelplaatsen met occasioneel verkeer, buitengelegen doorgangen voor voetgangers, autoparking

• 10 lux voor algemene verlichting van havens, risicovrije zones in de petrochemie en gelijkaardige industrieën, opslag van verzaagd hout, wegen voor traag (minder dan 10 km per uur) verkeer van bijvoorbeeld fietsen of heftrucks;

• 20 lux voor auto- en containeropslagplaatsen in havens, normaal autoverkeer, in- en uitritten van parkings;

• 50 lux voor industrieterreinen, opslagzones buiten, risicogebieden in havens, olieopslagtanks, koeltorens, pompgemalen, waterzuiveringsinstallaties, plaatsen voor laden en ontladen, materiaalbehandeling in havens. bouwwerf, opslaghal zonder manueel werk;

100 lux voor verplaatsingszones in het bedrijf, gangen ..

 

3. Indien er werknemers zijn met een grotere lichtbehoefte

omwille van oogafwijkingen of leeftijd moet, de verlichtingssterkte hier aan aangepast worden.

 

4. Indien op een werkvlak een gemiddelde verlichtingssterkte groter dan 200 lux nodig is

mag zij bekomen worden door middel van een plaatselijke kunstverlichting, mits de installatie voor algemene verlichting alleen reeds, in elk geval, op dezelfde plaats een lichtsterkte van minimum 200 lux verzekert.

 

5. De verlichting van het werkvlak moet gelijkmatig verdeeld zijn.

Snelle en sterke overgangen in de verlichtingssterkte van het werkvlak en de onmiddellijk aangrenzende zone moeten vermeden worden.

 

6. De lampen mogen geen flikkering of stroboscopieverschijnselen vertonen.

 

7. Er mag geen hinderlijke verblinding door directe of indirecte waarneming van heldere lichtbronnen in het gezichtsveld optreden.

 

8. De kunstmatige verlichting mag de kleuren van de veiligheids- en gezondheidssignalering niet wijzigen.

De lampen die gebruikt worden 63+ voor de verlichting van het werkvlak hebben een kleurweergave-index van 80 of meer en een kleurtemperatuur die aangepast is aan de taak.

 

9. Bij de keuze van de soort en de plaatsing van de lampen moeten de veiligheidsrisico,

dat het onderhoud en vervanging van lampen met zich meebrengen in rekening gebracht worden

 

Conclusie name.

Om een energie audit in al zijn aspecten uit te voeren, gesteund op de NEN-EN 12464-1, wordt er eveneens gebruik gemaakt van het: Energy Medical Continuity Efficiency principe.

 

In werkplaatsen burelen staat de gezondheid en veligheid van de werknemers op de eerste plaats. De NEN- EN 12464-1 is eveneens onderbouwd met een medische basis. In een tweede fase komt vermindering van de C0² aan bod.

 

Bij keuze van de juiste Relighting kan er gescoord worden op iedere niveau.

– Vermindering van energie.

– Lager ziekteverzuim.

– Hoger productiviteit door aangename omgeving.

 

Voor berekenen van de financiële meerwaarde spreken we over 4 niveaus.

– Lijn 1 direct: verlaging van energie rekening.

– Lijn 2 op termijn: vermindering uitbetalen ziekteverzuim.

– Lijn 3 <= 12 maanden: verhoging van productiviteit.

– Lijn 4: Fiscaal: verhoogde afschrijving